voorzien van de volgende bewerkingen:

een getallenveld. We kunnen zien dat
een deel is van
waarvoor de beperking
van de optelling en de vermenigvuldiging van
tot
A
inwendig is. Inderdaad, we hebben dat

(
. Het getal
(0,1)
echter kan zeker niet gezien worden als een
reëel getal aangezien
(0,1).(0,1)=(-1,0)
. Dit betekent dat (0,1) een getal is waarvan
het kwadraat gelijk is aan -1. We noteren (0,1)
door
i
. Bijgevolg is
.
kan nu herschreven worden (na identificatie) als

een getallenveld vormt,
kunnen we alle gewone eigenschappen (zoals de commutatieve wetten,
associatieve en distributieve wetten) toepassen.
Als gevolg van de identificatie kunnen we complexe getallen x+iy voorstellen als punten in
het vlak. Op de horizontale as worden de reële getallen geplaatst, terwijl we de zuiver
imaginaire getallen (
= iy
met
) op de verticale as terugvinden.
Dit vlak staat ook bekend als het Gauss-vlak (figuur 1).
De optelling van complexe getallen komt overeen met de vectoroptelling in het vlak.
Figuur 1: Het Gauss-vlak
Om een meetkundige interpretatie te kunnen geven van de vermenigvuldiging van complexe getallen, hebben we nood aan een andere voorstelling van complexe getallen. Een punt in het vlak kan bepaald worden aan de hand van de poolcoördinaten
en
in plaats van de Cartesische
coördinaten
x
en
y
. Het argument
van een complex getal
z
is de hoek tussen de reële as en de positievector van
z
,
terwijl
de afstand is van
z
tot de oorsprong. Deze afstand noemt men ook wel
de modulus van
z
en wordt genoteerd door
. Het verband tussen de
Cartesische coördinaten en de poolcoördinaten is gegeven door


en
resulteert in

gegeven wordt door
. Met behulp van een
bewijs door inductie kunnen we dit resultaat veralgemenen tot
.
We bestuderen nu de functie
. Als we
f
toepassen op een complex getal
met
en we stellen
, dan is

en stellen we
, dan is

te bekomen met
We zien eenvoudig in dat
, zodat we uiteindelijk in de oorsprong aanbelanden.
Dit wordt geïllustreerd in figuur 2. We zeggen dat het proces
convergeert naar een vast punt - in dit geval de oorsprong - indien we
vertrekken van een punt
z
waarbij
. De oorsprong noemt men een attractief
vast punt aangezien het een deel van
"aantrekt".
Figuur 2
Anderzijds kunnen we eenvoudig inzien dat indien
,
, zodat we op oneindig terechtkomen (figuur 3).
Ook in dit geval is
een attractief vast punt aangezien het eveneens een deel van
"aantrekt". Om exact te zijn moeten we de functie
f
als een functie
van
beschouwen.
kan gezien
worden als de stereografische projectie van de Riemann-sfeer .
Figuur 3
Er is een derde mogelijkheid. Als
, dan is
In dit geval blijven we bijgevolg gebonden aan de eenheidscirkel in het Gauss-vlak.
De eenheidscirkel is de rand van het gebied waarvan de punten aangetrokken
worden naar 0 en is eveneens de rand van het gebied waarvan de punten aangetrokken
worden naar
.
We zullen deze situatie verder nog bespreken.

indien
R(n)
constant is, zeg
R
. De populatie groeit exponentieel.
Alhoewel deze wetmatigheid goed werkt binnen een beperkte tijdspanne, stellen we
vast dat voor lange periodes de wetmatigheid niet klopt aangezien de groei steeds
begrensd is. Omwille hiervan formuleerde
Pierre François Verhulst in 1845 een andere wetmatigheid waarbij rekening gehouden
werd met een beperking van de groei. Concreet veronderstelde hij dat het groeitempo
R(n)
afhangt van de grootte van de populatie, meerbepaald dat het groeitempo
proportioneel is met
X-K(n)
, waarbij
X
de maximale populatiegrootte is.
Dus,
R(n)=r(X-K(n))
met
r
een constante en


. We bekomen de rij
en willen
weten waar deze rij toe leidt afhankelijk van de waarde van
r
.
Vooreerst merken we op dat indien
of
, het Verhulst-proces
volledig bepaald is. In de beide gevallen gebeurt er niets wat logisch is gezien er in
het eerste geval niets aanwezig is om van te groeien en we in het tweede geval reeds de
maximale populatiegrootte bereikt hebben.
Anderzijds, indien er een kleine initiële waarde
aanwezig is, zal er meer
zijn de volgende maal aangezien
. Dit betekent dat de
evenwichtstoestand die we vaststellen in
niet stabiel is.
Op deze plaats is het goed enkele definities te vermelden:
Het is duidelijk dat
Figuur 4:
Indien we
Figuur 5:
Het hierboven beschreven proces kan nu worden uitgebreid. We stellen achtereenvolgens
stabiele oscillaties vast met periodiciteit 8, 16, 32, ...,
Figuur 6: Het bifurcatiepatroon
Een overzicht van de mogelijke waarden van
r
en de overeenkomstige resultaten
in het Verhulst-proces is weergegeven in figuur 6. De figuur noemt men het
bifurcatiepatroon en de bifurcatiepunten kan men duidelijk zien. We zien ook in figuur 7
dat voor
r=3
bijvoorbeeld het Verhulst-proces chaotisch wordt. Dit betekent dat niet meer
kan voorspeld worden over een lange tijdspanne wat het resultaat zal zijn, alhoewel het proces
volledig bepaald blijft.
Figuur 7:
De volgende eigenschap werd ontdekt door Großmann, Thomae en Feigenbaum (1977):
Een ander opmerkelijk resultaat met betrekking tot het bifurcatiepatroon is dat we rond
r=2.83
zien dat het Verhulst-proces plots opnieuw stabiel wordt met 3
stabiele niveau's. Daarna start het verdubbelen opnieuw met 6, 12, 24, ... tot in de chaos.
Beschouw meerbepaald een rationale functie
Om de Julia-verzamelingen bepaald door
R
te kunnen definiëren hebben we een
aantal voorbereidende definities nodig.
Vooreerst, indien
Met de achterwaartse orbiet van
Een punt
Een periodisch punt
Met het oog op een karakterisatie van de periodische punten
We kunnen eenvoudig aantonen dat de eigenwaarde dezelfde is voor alle punten
van dezelfde cyclus. Het is hiertoe voldoende aan te tonen dat
Vooreerst is
We beschouwen nu 4 soorten periodische punten
Als
Als
Met deze definities bewezen Julia en Fatou de volgende fundamentele
resultaten met betrekking tot Julia-verzamelingen:
Hier volgen enkele opmerkingen met betrekking tot de bovenstaande stellingen:
We passen nu een aantal van de hiervoor vermelde begrippen en eigenschappen toe
op het eenvoudige geval waarbij
Wat
Figuur 8
Verder zien we dat
Om de periodische punten met periodiciteit
n
te vinden moet men de vergelijking
Andere voorbeelden van Julia-verzamelingen vinden we in
figuren 9, 10 en 11. De afbeeldingen die hier weergegeven worden
zijn niet gecreëerd met behulp van stelling 3.4 die, zoals eerder reeds
aangegeven werd, een methode geeft om Julia-verzamelingen te construeren.
Daarentegen is gebruik gemaakt van een methode die gebaseerd is op
stelling 3.5.
Veronderstel dat
R
minstens twee verschillende vaste punten heeft, zeg
a
en
b
.
Dan is volgens stelling 3.5
In de plaats van enkel de kleuren zwart en wit te gebruiken kunnen we een volledig
kleurenpalet gebruiken en elk punt inkleuren volgens de "snelheid van naderen" tot
de vaste punten. Deze snelheid wordt in het computerprogramma bepaald door
het aantal iteraties dat nodig is om een voorgedefinieerd gebied dicht bij het
vast punt te bereiken.
Figuur 9: Julia-verzameling voor
Figuur 10: Julia-verzameling voor
Figuur 11: Julia-verzameling voor
Elke polynoom van orde twee
Men kan inderdaad eenvoudig nagaan dat
Figuur 12
We vermelden eerst een ander resultaat van Julia en Fatou:
We herinneren eraan dat
De polynoom
Eveneens volgens Julia en Fatou is
Gebruik makend van computers is het mogelijk om voor een gegeven
c
na te gaan
of 0 aangetrokken wordt door oneindig.
Indien dit het geval is behoort
c
niet tot
M
. We kunnen opnieuw het punt
c
inkleuren volgens de "snelheid van attractie" tot
Figuur 13: De Mandelbrot-verzameling
De afschatting in stelling 4.2 kan niet verbeterd worden aangezien
c=-2
behoort tot
M
.
De Mandelbrot-verzameling blijkt een fractale structuur te bezitten, net zoals dat het
geval is voor de
Julia-verzamelingen. De zelf-gelijkenis van Julia-verzamelingen, gegarandeerd door
stelling 3.7 geldt echter niet voor de
Mandelbrot-verzameling. Dit maakt dat
M
veel gecompliceerder is dan
Julia-verzamelingen. In feite is ze zo gecompliceerd dat zeer mooie afbeeldingen
kunnen bekomen worden door in te zoomen op de rand. Figuren 14, 15
en 16 zijn voorbeelden die de complexiteit demonstreren.
Meer eigenschappen van de Mandelbrot-verzameling zijn te vinden in [M], [P1] en
[P2].
Figuur 14
Figuur 15
Figuur 16
Een mooie klasse van fractalen kan geconstrueerd worden gebruik makend van een
iteratief functiesysteem, in wat volgt afgekort door IFS. De idee is het volgende.
Stel dat we een eindig aantal affiene transformaties
Als we één punt nemen in
Figuur 17
De moeilijkheid met deze methode om fractalen te genereren is de keuze van die
affiene transformaties die leiden tot mooie afbeeldingen. Als ze niet juist gekozen zijn
bekomt men alles behalve een mooie fractaal.
De IFS-techniek wordt ook toegepast (men doet hier pogingen toe) in fractale
beeldcompressie. In theorie moet het mogelijk zijn om vrij nauwkeurig elke afbeelding
te bekomen door gebruik te maken van een IFS. Indien men in staat is het IFS te bepalen,
vertrekkend van een afbeelding,
dan kan het IFS gezien worden als de compressie van het oorspronkelijke beeld. Deze
compressietechniek wordt momenteel nog niet op ruime schaal toegepast. Meer informatie
is te vinden in [B].
Het beeld dat men ziet in figuur 18 is het analoge van de Mandelbrot-verzameling
maar dan voor de hiervoor vermelde functie. Het is de verzameling van alle punten
q
die niet naderen tot 1 noch tot
Figuur 18
Buiten wetenschappelijke toepassingen zijn er ook toepassingen in niet- of
minder wetenschappelijke gebieden. De IFS-techniek kan gebruikt worden om fractale
bomen, fractale bergen, fractale landschappen, ... te genereren. Deze kunnen bijvoorbeeld
gebruikt worden in vluchtsimulatoren of in virtuele werelden. In deze
gevallen heeft men nood aan fractalen in een 3-dimensionale ruimte. Deze kunnen
worden bekomen door gebruik te maken van een IFS dat bestaat uit een aantal
affiene transformaties van
Een andere manier om een fractaal te construeren in een 3-dimensionale ruimte is door te
vertrekken van een functie
Een derde manier om een soort fractaal te construeren in een 3-dimensionale ruimte, is door
te vertrekken van een fractaal in
Tot slot vermelden we dat fractalen niet alleen mooie objecten zijn om te bekijken. Ze kunnen
ook hoorbaar gemaakt worden en produceren in zekere zin "fractale muziek". Fractale muziek
kan verkregen worden door het "scannen" van een fractaal beeld en de gedetecteerde
kleur af te beelden op een toon met een bepaalde frequentie.
Een tweede manier is door een Julia-verzameling te genereren steunend op stelling 3.4.
De afstand tot de oorsprong bijvoorbeeld kan afgebeeld worden op een toon met een
bepaalde frequentie.
Uiteraard moet in de beide gevallen heel wat informatie geëlimineerd worden aangezien
niemand zal luisteren naar een muziekstuk dat vele verschillende tonen bevat.
Maar zelfs na eliminatie hoort men in sommige fractale muziekstukken de zelf-gelijkenis
van de fractaal als een repeterend deel van de muziek.
Hier zijn enkele voorbeelden waarbij gebruikt gemaakt is van de tweede methode:
is een vast punt (of fixpunt) van
(of
) indien
.
is stabiel indien
.
een onstabiel vast punt is. Voor het Verhulst-proces is
f'(x)=1+r-2rx
. Het vast punt
is enkel stabiel indien
. Dus, als we
nemen, dan wordt
onstabiel. In figuur 4 zien we
voor
r=2.2
. Blijkbaar oscilleert het proces periodisch tussen twee niveau's.
Om de twee stabiele niveau's te vinden onderzoeken we de
vaste punten van
. Na berekening vinden we 4 vaste punten van
, namelijk

Onderzoek van de stabiliteit leert ons dat 0 en 1 onstabiel zijn en dat de overige vaste
punten stabiel zijn indien
. Dit betekent dat zij stabiel zijn als en slechts als
We bekomen in dit geval uiteindelijk een stabiele oscillatie
met periodiciteit 2.

nemen hebben we niet langer twee stabiele vaste punten. Neem
bijvoorbeeld
r=2.5
, dan bekomen we figuur 5. We zien 4 stabiele niveau's. Opnieuw
kunnen ze berekend worden en kan de stabiliteit onderzocht worden. We bekomen een
stabiele oscillatie met periodiciteit 4.

,... De waarde van
r
waarvoor
de periodiciteit
onstabiel wordt en de periodiciteit
stabiel wordt noemt men het
n
-de bifurcatiepunt en wordt genoteerd door
.


Dit betekent dat in de limiet, voor
, de verhouding van de lengte van
opeenvolgende intervallen van bifurcatiepunten gelijk is aan
. De constante
blijkt zo universeel te zijn als welbekende getallen zoals
,
e
, ... en noemt men het Feigenbaum-getal.
gaat terug tot het einde van de
19de eeuw. Gaston Julia (1893-1978) en Pierre Fatou (1878-1929) bestudeerden
iteraties van rationale functies in het complexe vlak.
[J] is bijvoorbeeld een basiswerk in dit gebied.
, met
en
P
en
Q
polynomen zonder gemeenschappelijke delers. We definiëren de graad van
R
als

De graad van
R
is in het algemeen het aantal elementen in het inverse beeld
van een punt
.
, dan creëren we door het achtereenvolgens
toepassen van
R
een rij
in
. Deze rij noemt men de voorwaartse
orbiet van
en wordt genoteerd door
.
, genoteerd door
, bedoelen we

De achterwaartse orbiet is de verzameling van alle punten die
bereiken
na een aantal iteraties met
R
. We merken op dat
(
k
maal).
is een periodisch punt met periodiciteit
n
indien
n
het kleinste
geheel getal is waarvoor
. In dit geval is de voorwaartse orbiet
gegeven door
. We zien duidelijk dat
elk punt van de voorwaartse orbiet periodisch is met dezelfde periodiciteit.
Deze orbieten noemt men periodische orbieten of cycli en zullen we hierna
noteren met
.
met periodiciteit 1 is een vast punt want
.
met periodiciteit
n
,
introduceren we de eigenwaarde van zulke punten. Voor een eindig punt
wordt
de eigenwaarde gedefinieerd door
.
.

door te steunen op de kettingregel voor differentiatie. Verder is

waaruit het gevraagde resultaat volgt.
met periodiciteit
n
:

De Julia-verzameling
van
R
wordt nu gedefinieerd als de adherentie
van de verzameling
P
van alle afstotende periodische punten van
R
.
Equivalent kunnen we zeggen dat
P
dicht is in
of dat elk punt van
de limiet is van een rij van punten uit
P
.
een attractief periodisch punt is met periodiciteit
n
, dan wordt het
attractiegebied
van
gedefinieerd als

Dit betekent dat
de verzameling is van alle punten
x
met een
voorwaartse orbiet
naderend naar
.
een attractieve cyclus is, dan is het attractiegebied
van
de unie van de attractiegebieden van alle
,
i=0,1, ... , n-1
, in de cyclus.
Stelling 3.1.
en bevat een overaftelbaar aantal punten.
Stelling 3.2.
,
k=1,2,...
Stelling 3.3.
.
Stelling 3.4.
is dicht in
.
Stelling 3.5.
Als
een attractieve cyclus is van
R
, dan is
en
, waarbij
de rand is van
.
Stelling 3.6.
Als
inwendige punten heeft, dan is
.
Stelling 3.7.
Als
en
voor een
, dan bestaat er
een getal
waarvoor
.
invariant is onder
R
.
is echter niet uniform verdeeld
over de Julia-verzameling. Supplementaire algoritmes zijn dus noodzakelijk om de
effectieve figuur te construeren.
. We zien onmiddellijk dat 0, 1 en
vaste punten
(= periodische punten met periodiciteit 1) zijn. Verder zijn
,
en
, zodat 0 en
superattractief zijn
en 1 afstotend is.
betreft is het goed om
expliciet te berekenen. Hiervoor
passen we eerst een coördinatentransformatie toe die
afbeeldt op
een eindig punt, 0 bijvoorbeeld. Dit wordt gerealiseerd door de
coördinatentransformatie
. Bijgevolg transformeert
R(x)
tot

Zie ook naar figuur 8. We zien dat 0 inderdaad een vast punt is van
en

waaruit volgt dat
superattractief is.
een attractieve cyclus is
waarvoor het attractiegebied
is, steunend op de inleiding. Op analoge wijze
vinden we dat
een attractieve cyclus is
met als attractiegebied
. Volgens stelling 3.5 is
, wat de eenheidscirkel
rond de oorsprong in
oplevert.
oplossen. Bijvoorbeeld zijn
en
twee periodische punten
met periodiciteit 2.
. Neem een
rechthoek
B
in
die een deel van
bevat. Dan moeten
er punten zijn in
B
die behoren tot
A(a)
en ook punten die behoren tot
A(b)
. Indien zij behoren tot
A(a)
geven we ze de kleur zwart bijvoorbeeld,
terwijl we de punten die behoren tot
A(b)
bijvoorbeeld wit kleuren. De resulterende
Julia-verzameling wordt dan gevonden als rand van de beide gekleurde gebieden.
met
c=-0.39054-0.58679i
met
c=0.11031-0.67037i
met
c=-0.74543+0.11301i
. In de plaats van het proces toe te passen op reële getallen zoals
we deden in sectie 2, passen we het nu toe op complexe getallen. We kunnen
het Verhulst-proces vereenvoudigen tot
, met
c
constant,
omwille van de volgende eigenschap:
is geconjugeerd aan de
polynoom
, met
door
middel van de coördinatentransformatie
.
(zie figuur 12). Bijgevolg is het voldoende om het vereenvoudigde
proces
te bestuderen in de plaats van het oorspronkelijke
Verhulst-proces. Steunend op de theorie uit sectie 3 kunnen we de Julia-verzameling
construeren die hoort bij dit proces die we zullen noteren door
. We kunnen
bijvoorbeeld zien dat
, aangezien
een superattractief
vast punt is van het proces.
samenhangend is eruit ziet. Het was namelijk bekend
bij Julia en Fatou dat
ofwel samenhangend is of de structuur heeft van een
Cantor-verzameling.
Stelling 4.1.
Elke attractieve cyclus heeft in zijn attractiegebied minstens één kritiek
punt.
een eindig kritiek punt is voor
indien
. Voor
moeten we eerst een coördinatentransformatie toepassen die
afbeeldt op een eindig punt, 0 bijvoorbeeld. Dit kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd
met de coördinatentransformatie
.
heeft twee kritieke punten, namelijk 0 en
. Aangezien
reeds een superattractief vast punt is, is 0 het enige interessante
kritieke punt dat overblijft om te onderzoeken.
samenhangend als en slechts als
. Op deze wijze was Mandelbrot in staat om de verzameling die
naar hem genoemd werd, namelijk de Mandelbrot-verzameling

te visualiseren.
. Dit is gebeurd in
figuur 13.
Stelling 4.2.
M
is samenhangend.
Stelling 4.3.
.
. De beelden (Julia-verzamelingen en de Mandelbrot-verzameling) maken
deel uit van de verzameling van alle "fractalen". Het woord fractaal is uitgevonden
door Mandelbrot en is afgeleid van "fractionale dimensie". Mandelbrot definieert een
fractale verzameling als een verzameling waarvoor de Hausdorff-dimensie niet geheel is.
We gaan hier verder niet op in.
van het vlak
hebben. Een affiene transformatie
kan beschreven worden door

met
a
,
b
,
c
,
d
,
e
en
f
in
.
kunnen we alle affiene transformaties erop toepassen.
Dit resulteert in
r
nieuwe punten in het vlak waarop we opnieuw alle
transformaties kunnen toepassen. Op deze wijze bekomen we
punten. We herhalen
dit proces. Na
n
keer bekomen we
punten in het vlak. Als de
affiene transformaties goed gekozen zijn heeft de resulterende figuur fractale
eigenschappen. Het "varenblad" dat te zien is in figuur 17 is een voorbeeld van een
fractaal bekomen via deze techniek op basis van 4 affiene transformaties. Aangezien de
techniek van IFS recursief geformuleerd is, kan hij eenvoudig worden toegepast in
computerprogramma's door gebruik te maken van recursie.

In deze vergelijking staat
z
voor de "temperatuur" en
q
voor het aantal
Potts-toestanden in het originele model (beiden uitgebreid tot het complexe
vlak). Meer details vindt men terug in [P1] bijvoorbeeld.
.
.
maar dan gezien als een transformatie in de verzameling van de
quaternionen. We gaan hier niet in detail op in. Het resultaat echter kan gezien worden als
behorend tot
maar kan geprojecteerd worden in
.
en de kleur (= de snelheid van
benaderen van het vast punt, zoals we eerder zagen) als hoogte in het
corresponderend punt te nemen.





Referenties
[B]
M. Barnsley, Fractals Everywhere, Academic Press Inc., 1988
[J]
G. Julia, Sur l'iteration des fonctions rationelles, Journal de Math. Pure et Appl.,
1918, Vol. 8,47--245
[M]
B. Mandelbrot, The Fractal Geometry of Nature, Freeman, 1982
[P1]
H.O. Peitgen and P.H. Richter, The Beauty of Fractals, Springer-Verlag Inc., 1986
[P2]
H.O. Peitgen, H. Juergens and D. Saupe, Fractals for the Classroom, Springer-Verlag Inc., 1992
| Homepage 'Topics uit wiskunde en economie' |
|